IPA 2021-2022: Tijd voor échte waardering!

DE LOONKRANT

Werknemers aan het woord

“Werkgevers houden vast aan een loonsverhoging van maximaal 0,4%. Dat is een aalmoes, zeker in sectoren die goed boerden tijdens corona. Dat was enkel mogelijk door de grote inzet van de werknemers.”

Vermeulen Liselotte

Liselotte Vermeulen, Lidl

“Sinds het uitbreken van de pandemie hebben wij heel wat werk bijgekregen. Er zijn meer klanten, de rekken werden leeggeplunderd en we moesten extra shifts draaien om ze weer aangevuld te krijgen. Nooit heb ik zo’n drukke periode meegemaakt. Mensen kunnen niet meer op restaurant gaan. Het is dan ook logisch dat we meer voeding verkopen. Om het allemaal te kunnen bolwerken moeten we extra flexibel zijn. Bovendien stonden wij constant in de vuurlinie. En ook nu blijft het moeilijk werken, met de anderhalve meter en de mondmaskers. Daar mag iets tegenover staan.”

Kerremans Joeri

Joerie Kerremans, Novartis

“Ook los van corona zijn mensen ziek of hebben ze gezondheidsproblemen. Daarom is het belangrijk dat wij met de farmasector zijn blijven draaien. De omstandigheden zorgden wel voor extra prestatiedruk. Dankzij overleg was het veilig werken, ondanks de steeds veranderende maatregelen. Niet alleen Novartis, maar vooral de werknemers hebben zich flexibel opgesteld. Want door corona was het een hele puzzel om alle diensten te bemannen. Personeelsleden moesten vaak van afdeling veranderen. Maar ook thuis was het niet altijd evident om de quarantaine van familieleden streng op te volgen of in opvang voor de kinderen te voorzien om toch maar te kunnen blijven werken.”

Omar Aouled, AkzoNobel

“Corona heeft ons nooit weggehouden van de werkvloer. Integendeel, we hebben het voorbije jaar net extra zaterdagenen avonden gewerkt. De mensen die thuis in lockdown zaten, begonnen natuurlijk aan hun lange lijst met klusjes. De vraag naar verf was zo groot dat wij en de doe-het-zelfwinkels niet konden volgen. De emmers verf werden zelfs gehamsterd, net zoals wc-papier. Het was dus een vrij stressvolle periode. En het gaat trouwens nog steeds door. Vorige maand hebben we 1,8 miljoen liter verf gemaakt. Eigenlijk heeft AkzoNobel heel veel geluk gehad met corona. Maar vooral omdat iedereen toch is blijven werken, ondanks alle angst voor corona.”

Werken en toch amper rondkomen

“Momenteel leeft 5% van de Belgen die werken in armoede: hun loon volstaat niet om rond te komen.”

In 2020 was ongeveer een kwart van alle Belgen financieel niet in staat om een onverwachte uitgave te doen. 5,7% van hen had niet de financiële capaciteit om hun rekeningen op tijd te betalen. 20% van de Belgen kon zich geen week vakantie veroorloven. Dat is een harde realiteit.

Op het eerste zicht zou je zeggen dat het er allemaal nog niet zo slecht uitziet. In 2018 lag het gemiddelde loon in de privésector op 3.627 euro. Het mediaanloon (het loon dat zich in het midden van de loonverdeling bevindt) bedroeg 3.361 euro. Dat mediaanloon is een betere referentie omdat enkele toplonen het gemiddelde naar boven toe trekken.

Maar die lonen zeggen niet alles. Er zijn tienduizenden werknemers met kwetsbare contractenen dus dito lonen. Er is nog altijd een hardnekkige loonkloof V/M waarbij vrouwen 23,1% minder verdienen dan mannen.

Minder dan 2.300 euro voor de ene, 2,46 miljoen euro voor de andere

Wat is in België een laag loon? Om echt te kunnen leven, en niet enkel overleven, is een inkomen van 2.300 euro bruto een minimum. Het is het inkomensniveau waarbij je geen schulden moet aangaan om doodgewone uitgaven te kunnen doen voor jou en je gezin. Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft ongeveer drie op de tien Belgen een maandinkomen dat lager ligt dan 2.300 euro bruto.

In de coronacrisis werd de maatschappelijke waarde van onze jobs en sectoren echt duidelijk gesteld. Plots werden sectoren waar eerder amper naar werd omgekeken, bestempeld als essentieel. En toch zijn dat de sectoren met de laagste lonen.

Als we spreken over lage lonen, dan wil dat zeggen dat er ook hoge lonen zijn. Zo verdiende in 2019 wie aan de top staat van een Bel-20 bedrijf gemiddeld maar liefst 2,46 miljoen euro. Dat is zelfs 30% meer dan het jaar voordien. Fijne onderhandelingsmarge, niet?

De fundering van onze lonen: de index en het minimumloon

Zonder de index zou onze koopkracht in vrije val gaan naarmate de prijzen stijgen en alles duurder wordt. De automatische loonindexering is dus superbelangrijk en moet absoluut behouden blijven.

Ons minimumloon is al jaren veel te laag. Het bedraagt amper 9,87 euro per uur, oftewel 1.625 euro per maand. Om vandaag waardig te kunnen leven is minstens 2.300 euro per maand nodig (of 14 euro per uur). En het wordt nog erger. In de rest van de OESO-landen is er de omgekeerde beweging: minimumlonen komen er steeds dichter in de buurt van het mediaanloon. Bij ons wordt de kloof groter.

Leven van een minimumloon

Wat betekent dat? Amandine en Cyndel getuigen erover.

Staelens Amandine

Amandine Staelens, werkt met dienstencheques

“Dit betekent dat je moet kiezen wanneer je je rekeningen betaalt. Het is niet leuk om te denken dat ik deze maand dit ga betalen en volgende maand dat en misschien binnen 2 maanden dat, … Met minder dan 14 euro betekent dit dat je je kinderen moet vertellen dat ze tot volgende maand moeten wachten om een nieuwe broek of trui te kopen. En als het de volgende maand nog steeds niet goed gaat, moet je wachten op het vakantiegeld of de dertiende maand, … En de kleinste tegenslag, wordt meteen een ramp. Ik ben het echt moe om te werken enkel om te overleven en de rekeningen te betalen.”

Vandermaele Cyndel

Cyndel Vandermaele, werkt bij MediaMarkt

“Bij MediaMarkt halen we de 2.300 euro bruto/maand niet. Ik heb dan nog het geluk dat ik een partner heb waardoor ik er financieel niet alleen voor sta. Ik ben moeder van een zoontje van 2,5 jaar oud en ik heb net besloten om 4/5 de te gaan werken zodat ik wat meer van mijn gezinsleven kan genieten. Dit is een keuze die wij ons kunnen veroorloven omdat wij het financieel ‘op ons kunnen nemen’ aangezien wij met z’n tweeënzijn. Maar dat is niet voor iedereen het geval. Een collega vertelde me eens dat ze ervan droomt haar werkuren te kunnen verminderen. Maar ze woont alleen en kan zich dat niet veroorloven.”

Hoe de loonnormwet de boel belazert

Loonnormwet

“De loonnormwet van de regering-Michel uit 2017 laat door kunstgrepen nauwelijks marge voor opslag. De wet legt een veel te strak kader op aan onderhandelaars in sectoren en bedrijven.”

Om de twee jaar onderhandelen werkgevers en de vakbonden over een interprofessioneel akkoord (IPA). Dat bepaalt de loon- en arbeidsvoorwaarden voor iedereen die in de privésector werkt. Een zeer belangrijk onderdeel van deze onderhandelingen zijn de afspraken over mogelijke loonopslag.

Maar met de berekening van de loonmarge is van alles mis. Door de politieke kunstgrepen van de regering Michel in de loonnormwet kunnen de lonen nauwelijks stijgen.

De productieve Belg

De loonnormwet berekent hoeveel een werkuur kost, maar niet hoeveel het opbrengt. Dat is in België nochtans gemiddeld meer dan in onze buurlanden. Want Belgen zijn zeer productieve werkers en zorgen per gewerkt uur dan ook voor veel opbrengst. De loonnormwet houdt hier echter geen rekening mee.

Belgen zijn ook steeds productiever gaan werken. Een faire verloning zou normaliter gelijke trend moeten houden met die  productiviteitsgroei. Sinds 1996 lopen de Belgische lonen echter 12% achter op de productiviteitsgroei.

Miljarden loonsubsidies niet in rekening gebracht

De loonwet houdt geen rekening met loonsubsidies die bedrijven van de overheid krijgen. Die waren in ons land in 2019 goed voor 8.4 miljard euro. Dat betekent dat de bedrijven dat bedrag aan loon in realiteit niet zelf moesten betalen. Maar daar mogen we in de onderhandelingen geen rekening mee houden.

De loonnormwet verbiedt ook om rekening te houden met de taks shift die de vorige regering doorvoerde. Door die taks shift daalde het officiële tarief van de werkgeversbijdrage aan de sociale zekerheid van 33% naar 25%. Dat leverde de bedrijven 2,8 miljard euro op die ze in eigen zak mochten steken. Volgens de regering Michel ging dat “jobs, jobs, jobs” opleveren. Wetenschappelijk onder- zoek toonde aan dat dat geld niet naar extra jobs ging, maar naar extra opbrengst voor de aandeelhouders.

Opleiding en innovatie

De loonnormwet legt de focus helemaal op loonmatiging. Het is duidelijk dat ons land die strijd echter nooit kan winnen van de lageloonlanden. Concurrentievermogen of een sterke economie gaat ook over veel meer. We moeten het hebben van het hoge scholingsniveau van werknemers. En innovatieve producten. In de loonnormwet zit een aanzet om werk te maken van meer opleiding, maar door het ontbreken van sancties blijft dit dode letter. Ook over investeringen onderzoek en ontwikkeling komt de loonnormwet niet verder dan wat vrijblijvende bepalingen.

Een veel te strak maatpak

De loonnormwet werd vanaf 2017 ook op andere punten strenger gemaakt: zo is vanaf 2017 de onderhandelingsmarge voortaan een maximum waar niet kan van worden afgeweken, op straffe van hogere boetes voor de bedrijven die dat wel zouden doen.

De 0,4% die men de werknemers nu wil doen slikken zou dus voor alle sectoren en bedrijven gelden, ook voor die sectoren en bedrijven die het zeer goed doen of herstellende zijn. Het klopt inderdaad dat corona veel bedrijven heeft getroffen, maar dat geldt niet voor alle bedrijven. Er zijn er die hoge winsten bleven maken.

Andere inkomens buiten schot

De loonnormwet legt aan het inkomen van loontrekkenden grote beperkingen op. In de wet is ook voorzien dat aan andere inkomens een gelijkwaardige inspanning kan gevraagd worden, het fameuze artikel 14. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkomsten uit dividenden. Maar wet en praktijk liggen mijlenver uit elkaar. Sedert de invoering van de loonnormwet in 1996 is op geen enkel moment artikel 14 ingeroepen om onze economie te ondersteunen.

De politieke keuze is duidelijk: alleen de kleine man en vrouw moet op de tanden bijten. Wie veel geld heeft, daar wordt niets aan gevraagd.

Hogere lonen cruciaal voor Belgische economie

Hogere lonen cruciaal

“Wetenschappelijke bevindingen wijzen er op dat de loonnormwet een negatieve impact heeft. In plaats van werknemers onder druk te zetten, moet de lonen worden verhoogd. Dat zou bedrijven ook aanzetten tot meer productiviteit.”

“Te sterke loonsverhogingen zorgen ervoor dat Belgische bedrijven worden weggeconcurreerd door onze buurlanden, dus moet de loonvorming strikt aan banden worden gelegd”: het riedeltje dat de afgelopen jaren dominant is geworden. Het hoogtepunt? De hervorming van de loonnormwet in 2017. Sindsdien is het onmogelijk geworden om nog degelijke loonstijgingen te onderhandelen. Zogezegd in het belang van onze economie en competitiviteit. Maar studies wijzen uit dat de loonnormwet een negatieve impact heeft.

Voldoende koopkracht voor gezinnen

Ten eerste zorgt het jarenlange beleid van loonmatiging ervoor dat de koopkracht van werknemers niet meer toeneemt. Het laatste decennium zijn de reële lonen in België niet meer gestegen, met zelfs periodes waarin de reële lonen daalden. Ongeveer de helft van alle bestedingen in België wordt gedaan door gezinnen. Hetgeen gezinnen consumeren vormt de belangrijkste motor van de binnenlandse vraag. Anders gezegd, onze koopkracht is de belangrijkste motor van de economie.

Als we willen vermijden dat België opnieuw achter blijft in de uiterst belangrijke jaren van economisch herstel die eraan komen, moeten we zeker zijn dat de gezinnen over voldoende koopkracht kunnen beschikken. Met de huidige loonnormwet is dat echter niet mogelijk.

Te zwakke productiviteitsgroei

Ten tweede dient het concept competitiviteit herbekeken te worden. Om competitief te blijven moet onze economie een aantal voordelen op buitenlandse ondernemingen hebben. Dan denken we in de eerste plaats aan innovatie. België is nog altijd een van de meest productieve landen ter wereld. De wet van 1996 vermindert echter ons voordeel omdat die wet enkel op loonmatiging is gebaseerd. De productiviteitsgroei in onze buurlanden is dubbel zo groot als bij ons. In de OESO zelfs gemiddeld drie keer zo groot.

Inzake werkdruk hebben we de grens bereikt. Meer kan er van de werknemers niet gevraagd worden. Productiviteit mag ook niet langer een doel op zich zijn. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat hoge lonen de productiviteit vergroten, want ze stimuleren ondernemingen om te investeren in technologieën die de arbeidsproductiviteit versterken, waardoor er per uur meer geproduceerd kan worden.

Negatieve spiraal

Door deze verregaande vorm van loonmatiging en een negatieve spiraal van lagere lonen, dreigen we onze voorsprong te verliezen. De productiviteitsontwikkeling vertraagt en de gezinnen hebben minder koopkracht wat de (lokale) economie niet ten goede komt. De wet van 1996 lijkt dus enkel een negatieve impact op onze economie te hebben.

Bovendien toont corona aan dat het begrip productiviteit niet op dezelfde manier kan worden toegepast in bijvoorbeeld de sector van de non-profit. Die jobs moeten aantrekkelijker gemaakt worden door hogere lonen en minder werklast door meer personeel.

“De wet van 1996 is gebaseerd op een verouderde economische opvatting die het moet weten van kostendrukking. Die leidt tot een negatieve spiraal van lage lonen en onaantrekkelijke jobs. We kunnen ons beter bevrijden van dit ouderwetse economisch paradigma en de loonnorm in de prullenmand gooien.”

Professor Paul De Grauwe in een opiniestuk in De Morgen

Wij onderhandelen ook voor wie niet (meer) werkt

Wij onderhandelen

“Je loon is meer dan wat je maandelijks op je rekening gestort krijgt. Ook je socialezekerheidsrechten zoals pensioen, ziekte- en werkloosheidsuitkeringen maken deel uit van je loonpakket.”

Soms spreekt men van “uitgesteld loon”. Dat is loon dat je niet maandelijks ontvangt, maar dat je “uitgesteld” ontvangt als er zich een “sociaal risico” voordoet. Denk aan ziek worden, je werk verliezen of ouderdom.

Tijdens moeilijke periodes kan je rekenen op de sociale zekerheid om je inkomen op peil te houden. De coronapandemie maakte dit overduidelijk.

In 2020 konden maar liefst 1 miljoen werknemers rekenen op uitkeringen tijdelijke werkloosheid. Enkel dankzij onze sociale bescherming konden vele Belgen het hoofd boven water houden. Het systeem bewijst ook zijn nut in normalere tijden. Zonder de sociale zekerheid zou 42,50% van de Belgen in armoede leven.

Armoederisico

Goed brutoloon is belangrijk voor later

Deze loononderhandelingen gaan dus niet enkel over directe opslag, maar ook over bijkomende sociale rechten. Hogere brutolonen vertalen zich automatisch in extra middelen voor de sociale zekerheid. Je brutoloon nu bepaalt je later pensioen, net als je uitkering bij werkloosheid of ziekte. Omgekeerd, lage (bruto)lonen achtervolgen je doorheen je levensloop. Voor vrouwen bijvoorbeeld vertaalt de loonkloof zich uiteindelijk in een echte canyon bij pensionering. Verdienen mannen om en bij de 20% meer dan vrouwen, dan loopt de pensioen- kloof op tot zowat 30%.

Het belang van het brutoloon verklaart waarom vakbonden ijveren voor opslag in bruto en niet in netto. Bedrijfswagen, fietsvergoeding, maaltijdscheques, het is fijn voor wie het krijgt, maar het is letterlijk van geen tel voor je sociale rechten. Je later pensioen stijgt er met geen eurocent door, noch je latere ziekte- of werkloosheidsuitkering. Om dezelfde reden bekijken vakbonden de zogenaamde “cafetariaplannen” met argusogen.

Welvaartsenveloppe

De Welvaartsenveloppe, die staat voor een budget van 713 miljoen euro, zorgt ervoor dat opslag voor de werkenden doorsijpelt naar werklozen, zieken en gepensioneerden.

Om de twee jaar onderhandelen vakbonden en werkgevers over de besteding van deze welvaartsenveloppe. Voor 15 september van elk even jaar moeten de sociale onderhandelaars de regering adviseren over de besteding van het budget. De vakbonden willen de middelen prioritair inzetten voor de verhoging van de laagste uitkeringen, om zo de strijd tegen de armoede kracht bij te zetten.

De werkgevers weigerden een gezamenlijk advies naar de regering te formuleren binnen de wettelijke termijn. Op die manier raakt de discussie over opslag verwikkeld met de onderhandelingen over de welvaartsenveloppe. Werkgevers hopen dat de syndicale organisaties akkoord zullen gaan met een bescheiden opslag omdat anders de verhoging van de uitkeringen niet zouden doorgaan.

Kortom, ze trachten de werkenden uit te spelen tegen de inactieven. Het is chantage op kap van de allerzwaksten in onze samenleving. De vakbonden willen dat de discussie over de welvaartsenveloppe los staat van het interprofessioneel akkoord.

Alles over je loon

Alles over je loon

“Wanneer moet je loon op je rekening staan? De index, hoe werkt dat eigenlijk? Welke vervoerskosten kun je terugbetaald krijgen? En heb je recht op een eindejaarspremie?”

Je loon is meer dan alleen een bedrag. Loon bestaat uit heel wat onderdelen, waarover je misschien wel vragen hebt.

  • Tijdstip: wanneer moet je loon worden uitbetaald?
  • Hoeveel: hoe, waar en op welke manier wordt beslist op hoeveel loon jij recht hebt? Wat is het interprofessioneel minimumloon?
  • Bruto-netto: het brutoloon dat op je loonbrief staat, is niet het bedrag dat op je rekening verschijnt. Wat is het verschil tussen een bruto- en nettoloon?
  • De index: lonen worden automatisch geïndexeerd. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? En hoe wordt de index bepaald?
  • Vervoerskosten: hoe zit het met de terugbetaling van je vervoerskosten?
  • Eindejaarspremie: wat is het, hoe wordt het berekend en wanneer heb je er recht op?
  • Overuren: wanneer ben je aan het overwerken? En hoe worden de overuren die je maakt gecompenseerd?
  • Extralegale voordelen: extralegale voordelen zijn vergoedingen die je naast je loon kunt ontvangen van je werkgever voor het werk dat je levert. Welke vormen van extralegale voordelen bestaan er? En wat zijn de voor- en nadelen?

© 2021 ACV Puls